Linda Groen
Linda Groen
Currently no works available
Linda Groen (1972) studied art history at the University of Amsterdam and has been exhibiting since 1995: paintings, prints, sculpture, ceramics and objects, in the Netherlands and abroad.
Her painting is rich in symbolism. With crisp line work and clear colour she creates, in oil, gouache and watercolour, a world in which the border between dream and reality blurs: butterfly women, mythical creatures, cats and cows. The keys to it lie in Western mythology.
Since 2020 she has also been making objects from material that washes up on the beach. Whelks above all — shells that after years of drifting across the sandy bottom are weathered and strangely coloured, often with mother-of-pearl. She completes them with papier-mâché into what she calls, after Ted Hughes’s poem The Seashell, ‘ghosts of the sea’. It is the paper that keeps the shell women from going back into the water; instead they float, their hair attached to a piece of driftwood, in a glass vase.
Where a shell was found determines how she looks. The further north along the North Holland coast, the more translucent the whelks, with the warm sheen of alabaster. The shells from further south are sturdier and richer in colour; their hair is often braided into a sailor’s knot. The hemp rope she uses for that refers to Krommeniedijk, where the shell women came into being and where hemp was once beaten, hackled and woven into sailcloth.
At ARTACASA there are the whelk and oyster women, mother-and-child figures and hanging objects such as ‘Rapunzel’ and ‘The Bride’, alongside the occasional work on paper.
Linda Groen (1972) studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en exposeert sinds 1995: schilderijen, grafiek, beelden, keramiek en objecten, in binnen- en buitenland.
Haar schilderwerk is rijk aan symboliek. Met strakke lijnvoering en helder kleurgebruik maakt ze in olieverf, gouache en aquarel een wereld waarin de grens tussen droom en werkelijkheid vervaagt: vlindervrouwen, fabelwezens, katten en koeien. De sleutels daarvoor liggen in de westerse mythologie.
Sinds 2020 maakt ze daarnaast objecten van materiaal dat op het strand aanspoelt. Wulken vooral — schelpen die na jarenlange zwerftochten over de zandbodem verweerd en wonderlijk gekleurd zijn, niet zelden met parelmoer. Ze vult ze aan met papier-maché tot wat zij, naar het gedicht The Seashell van Ted Hughes, ‚ghosts of the sea’ noemt. Juist door dat papier kunnen de schelpenvrouwen niet meer terug het water in; in plaats daarvan zweven ze, met hun haar aan een stuk drijfhout, in een glazen vaas.
Waar een schelp gevonden is, bepaalt hoe ze eruitziet. Hoe noordelijker langs de Noord-Hollandse kust, hoe doorschijnender de wulken, met de warme glans van albast. De zuidelijker schelpen zijn steviger en rijker van kleur; hun haar wordt vaak in een zeemansknoop gevlochten. Het henneptouw dat ze daarvoor gebruikt verwijst naar Krommeniedijk, waar de schelpenvrouwen zijn ontstaan en waar vroeger hennep werd geklopt, gehekeld en tot zeildoek geweven.
Bij ARTACASA staan de wulken- en oestervrouwen, moeder-en-kindfiguren en hangende objecten als ‚Rapunzel’ en ‚The Bride’, naast een enkel werk op papier.
Sold works










